Niets beweegt, niemand zegt wat: Er is niemand.
Leuk binnenkomen!
 
Alle woorden hebben geen zin en vloeken al helemaal niet als je alleen bent, dus sta ik beschaamd op en probeer nu eens normaal te doen.
Teleurgesteld in de wereld ga ik op mijn bankstel zitten, denkend aan al het schone even tevoren beleefd.
Mijmerend, denk ik dat mijn toekomstige vriendin beslist koele handen moet hebben, zodat als ik eens echt wakker mocht worden, mijn liefde voor haar waarlijk kan opbloeien in een landschap van wazige contouren, grijze verten koele strelingen, maar wel in een huis met twaalf traptreden


IJskoude omarming


Wazig kijkt mij de horizon aan. Een eeuwigdurende verte maakt zich meester van mijn ziel.

Ik rek mij er in uit, alsof ik dit gewoon ben.
Grijsheid, onscherpte, het komt mij mooi voor.
Mooi geluk overspoelt mij.
Geluk, dat mij zo goed bevalt dat ik het einde ervan probeer uit te stellen.
Uitstellend, steeds verder en verder wordt de trance totaal.
Totaal buiten bewustzijn blijft alleen het geluk over.
Geluk, geuren en zachte geluiden beginnen nu tot mij door te dringen.
 
Mijn langgestrekte lijf is als een dood object, maar mijn geest heeft vanaf nu als een wolf de oren gespitst.
Gespitst om samen weer tot leven te komen.
Langzaam en hoegenaamd zonder lijfelijke prikkeling om uit deze wonderschone luchtspiegeling te ontwaken wentel ik mij nog eens om in mijn halfbewustzijn.
Niet in staat, maar meer nog, niet bereid om toe te geven aan de dagelijkse beslommeringen.
 
Twee ijskoude handen van mijn geliefde omvatten mijn voorhoofd, langzaam en koel naar beneden gaand over mijn wangen, kin, hals….
En dan zijn ze even zo plotseling verdwenen.
 
Ontwaakt nu, besef ik dat mijn dood niet de echte was, daar moet ik dan nog even op wachten.
Maar die tederheid, zo koel, zo onbevangen over mij uitgestort, als een onverwachte verliefdheid aan mij geopenbaard, zo…
Vertederend.
 
Gelouterd klauter ik overeind om de nieuwe dag te starten.
Fitter dan ooit, zwiep ik mijn kimono over de schouders en ren als een bezetene de trap af.
De dertiende trede, hoe kan het ook anders, wordt mij fataal en ik maak een gigantische buikschuiver recht mijn woonkamer binnen.
Daar aangeland schieten mij diverse opmerkingen te binnen, als:
 
Ik ben een piranha, of
Goedemorgen, ik ben de nieuwe pastoor, of
Is de koffie al klaar?”   (ga links verder)