In termen van harmonie
Met gezwinde pas passeert het harmonie-orkest langs mijn door Doppler geteisterde oren.
Hun tempo kan ik meten aan de toonverlaging.
Wat daarna overblijft zijn de laatste tonen van de tuba’s.
Woep…wop…wap, …woep…wop…. wap (een driekwartsmaat dus)
Verder marcherend sterft het geluid uit en blijft slechts een idee van harmonie over.
Hoe korthorig ben ik.
Crescendo, decrescendo.
Het lijkt mijn leven wel!
Kortstondig indrukken in je opnemen. Dan alsof er niets is gebeurd alles weer crescendo vergetend.
Alleen de hoempa-bassen blijven hangen.
Even later als de lethargie weer toestaat, ben je je niet eens meer bewust van de geleverde prestatie.
Onder invloed van nieuwe indrukken heeft mijn bewustzijn reeds lang de harmonie onderdrukt.
De harmonie van het leven.